poedelslak

tovenaar , September 05 2006
t
tovenaar

nogmaal een wikipadia versie.

Grote poelslak

Grote poelslak


Taxonomische indeling
Rijk: Animalia
Onderrijk: Metazoa
Stam: Mollusca (Weekdieren)
Klasse: Gastropoda (Buikpotigen)
Orde: Stylommatophora (Landlongslakken)
Familie: Lymnaeidae
Geslacht: Lymnaea

Soort
Lymnaea stagnalis
(Linnaeus, 1758)
De grote poelslak, ook wel gewone poelslak (Lymnaea stagnalis) is een in het water levende slak uit de familie Lymnaeidae.
De grote poelslak leeft alleen in stilstaande wateren, zoals sloten, vijvers en vennen.
Bij gevaar laat de slak zich onmiddellijk naar de bodem vallen.


Beschrijving
Deze slak is met een huisje van maximaal 6 centimeter een van de grootste zoetwaterslakken in West-Europa, en komt ook voor in Nederland en Belgiƫ. De kleur is bruingrijs tot hoornachtig bruin, het huisje is kegelvormig. Het huis heeft 4 of vijf windingen waarvan de laatste snel breder wordt en de wanddikte hangt enigszins af van de waterkwaliteit. Zowel de beschikbaarheid van calcium en humus als de zuurtegraad van het water spelen hierbij een rol. Ook de moeraspoelslak (Stagnicola palustris) heeft een soortgelijk huisje en lichaamsvorm, maar is meestal licht gevlekt en heeft een huisje van maximaal 3 cm. Het lichaam is donkergrijs tot donkerbruin van kleur, de twee onderste tasters zijn zeer kort; de twee bovenste zijn puntig, plat en steken meer zijwaarts.


Stofwisseling
Het voedsel bestaat uit rottende plantendelen, algen en aas die van de bodem geschraapt worden, maar de kleine diertjes die hierin leven, zoals wormen en insectenlarven, worden ook opgegeten. De slak kruipt door de waterplanten op zoek naar voedsel, en komt niet ver onder het wateroppervlak. De slak is in staat om 75% van het opgenomen voedsel ook daadwerkelijk vast te houden. Bovendien eet het diertje ook nog eens zijn eigen uitwerpselen, waardoor zelfs 85% van het voedsel effectief opgenomen wordt. Deze zogenaamde voederconversie is in vergelijking met een varken zes maal zo efficiƫnt.

De grote poelslak behoort tot de waterlongslakken (Pulmonata). Zoals alle waterlongslakken bezit de grote poelslak een long. Deze long wordt gebruikt om adem te halen aan de water oppervlakte. De slak komt dan tegen het wateroppervlak hangen, maar kan ook op zijn kop tegen het wateroppervlak kruipen, wat een vreemd gezicht is. Bij het ademen ontstaat een 'gaatje' in de slak; dat is de ademopening waardoor de inhoud van de longholte wordt ververst met verse lucht. Hoewel de gewone poelslak normaliter voornamelijk in zijn zuurstof voorziet doormiddel van deze long, kan zij ook zuurstof aan het water onttrekken door de huid.


Voortplanting
De gewone poelslak is een zogenaamde "simultane hermafrodiet". Dat wil zeggen, elke individuele slak is tezelfdertijd zowel van het vrouwelijk als mannelijk geslacht.

Na bevruchting van de eicellen, hetgeen binnen het lichaam van de slak tot stand komt, worden de bevruchte eitjes voorzien van een kleine hoeveelheid gelei-achtig voedsel en vervolgens individueel ingekapseld. Deze ingekapselde eitjes worden vervolgens in een langwerpige gelei-achtige eimassa geplaatst die omgeven is door een stug membraan. Elke eimassa kan vele tientallen embryos bevatten. Deze eimassas worden door de slak (die dan als vrouwelijk dier fungeert) afgezet bij voorkeur aan de onderzijde van bladeren en stengels van drijfplanten dicht bij het water oppervlak. Dit gebeurt waarschijnlijk omdat daar het zuurstof gehalte in het water optimaal is voor de ontwikkeling van de slakken embryos. Afhankelijk van de water temperatuur worden de jonge slakjes geboren na ongeveer 10 to 14 dagen. Ze zijn dan nog zeer klein en worden massaal gegeten door diverse andere dieren, waaronder vele vissoorten

Powered by ChronoForums - ChronoEngine.com