1.Zoetwater Aquarium.

1.1 Technische uitrusting

1.1.1 Verwarming

1.1.2 Filtering van het water

1.1.3 Bodem

 

1.Zoetwater Aquarium.

1.1. Technische uitrusting

De huiskameraquaria kunnen op iedere willekeurige plaats in huis worden opgesteld. Voor de verlichting gebruikt men een lichtkap boven de bak (het aquarium), waarin de benodigde lichthoeveelheid verdeeld is over een aantal lichtpunten (buislampen), die naar behoefte worden ontstoken. Invallend daglicht is dan overbodig. Een verlichtingsduur van ten minste twaalf uur is voor planten en dieren noodzakelijk. De afmetingen van het aquarium kunnen geheel aan de omstandigheden worden aangepast. Het aquarium kan lang en laag of hoog en breed zijn, maar ook hoog en smal, als het gaat om een in een muur in te bouwen bak. Tegenwoordig worden vooral volglasaquaria gemaakt: van met siliconenkit aan elkaar gelijmde glasplaten. Een belangrijke factor is de ruitdikte. Het aquarium moet worden geplaatst op een tafel die voldoende sterk is om het gewicht te dragen (elke liter water weegt 1 kg ); tussen tafelblad en aquariumbodem legt men een laag veerkrachtig materiaal om oneffenheden op te vangen.

1.1.1. Verwarming

De verwarming van het aquarium geschiedt tegenwoordig nog uitsluitend met behulp van elektrische dompelelementen, die met tussenschakeling van een thermostaat op een bepaalde temperatuur kunnen worden ingesteld. De capaciteit van dit dompelelement wordt berekend op basis van 75 tot 100 watt per 100 liter water. De veiligheidsmarge is dan zo groot dat bij het geheel uitvallen van de kamerverwarming de bak toch op een redelijke temperatuur gehouden kan worden. De thermostaat dient geen grotere nauwkeurigheid dan ca. 1 °C te bezitten. Met behulp van een tweetal thermometers wordt de watertemperatuur gecontroleerd. De ene thermometer wordt in de uiterste bovenhoek achterin de bak opgehangen (met behulp van een tegen de zijruit gedrukt rubberzuigertje), de andere zover mogelijk hier vandaan in de uiterste benedenhoek voorin de bak. Afhankelijk van de hoogte mag tussen deze twee thermometers een temperatuurverschil genoteerd worden van ongeveer 5 °C . De gewenste temperatuur is voor het gemiddelde tropische aquarium ca. 25 °C .

1.1.2 Filtering van het water

De filterapparatuur dient om de natuurlijke zuivering van het aquariumwater, die voornamelijk in de bodemgrond tot stand komt, te ondersteunen. Een van de belangrijkste reinigingsprocessen in de filterapparatuur is de bacteriële nitrificatie. Als men de verschillende lagen in het filter zodanig kiest dat het water achtereenvolgens van grof en fijn zwevend vuil wordt ontdaan, moet het enige lagen doorstromen waarin de filtermassa een enorm oppervlak voor bacteriële reiniging biedt. Voor deze grote filtermassa wordt doorgaans grof zand (3- 5 mm korrelgrootte) gebruikt. Een ander belangrijk aspect is het in beweging brengen en houden van het water, dat daardoor in intensief contact met de atmosferische lucht wordt gebracht. Hierbij wordt een belangrijk deel van de overmaat opgelost koolzuurgas aan deze lucht afgegeven, terwijl nieuwe zuurstof in het water kan doordringen. Voor dit doel wordt veelal een zgn. uitstromer in het aquarium geplaatst. Deze bestaat uit een poreuze steen waardoorheen met behulp van een pomp lucht wordt geperst, die het aquariumwater in zodanige circulatie brengt dat al het water, dus ook dat uit de bodemlagen, regelmatig aan het oppervlak met lucht in aanraking kan komen.

1.1.3 Bodem

Een helder witte zandbodem is slechts in enkele gevallen aan te bevelen, aangezien een donkere bodemgrond (van bijv. uitgekookt en niet meer zwevend turfstrooisel) door de meeste vissen op prijs wordt gesteld. De vissen leven in de natuur ook meestal niet in wateren met heldere zandbodem; de bodem is daar steeds met natuurlijk afval bedekt en dus donker.